Welcome!

             

               welcome

                     ------------------------------------

1.

Met grote passen liep Bill de trap op en gooide z’n rugzak genadeloos in de hoek van z’n kamer. De deur werd als een onrespectvol ding in het slot geramd terwijl zijn wijsvinger al naar de knop van z’n pc reikte. Vaag hoorde hij hoe de voordeur dicht geslagen werd en even later de voetstappen van Tom luider werden. Voor de rest negeerde hij, zoals alle andere avonden, de geluiden rondom hem. Het enige wat hem elke avond wist te boeien, waren de verhalen rond engelen.
Ongeduldig wipte hij op z’n bureaustoel en tokkelde met z’n nagels op het bruine hout van het meubel voor zich. Hoewel hij altijd al problemen had gehad om z’n ongeduld te beheersen, leek dit vooral nu voor te komen. Hij beet op z’n nagels, produceerde hele rare geluiden als de computer trager opstartte dan het hoorde, trilde met z’n benen op een verschillend tempo en gleed met z’n ogen constant over het scherm dat net oplichtte. Hij haatte het ding, het was al zo oud als de straat en hoewel hij geld genoeg had om een nieuwe laptop te kopen, hield hij deze nauw aan het hart. Op deze computer stonden alle foto’s die hij ondertussen had verzameld, stonden alle verhalen die hij had gevonden en stonden alle soorten informatie die hij ondertussen al had opgezocht. Deze computer was z’n heiligdom terwijl het voor iemand anders louter een oud, rammelend ding was.
Bill was gehecht geraakt aan het fenomeen van internet, gewoon omdat hij er zoveel op kon vinden. En dan niet zomaar over eender wat. Nee, hij vond het fascinerend om op zoek te gaan naar Engelen en alles wat er rond bestond. Waar kwamen ze vandaan? Hadden ze een bepaald doel? Waarom bestonden ze? Waren ze eigenlijk wel echt of louter een verzinsel van een jongen van zes? Hoe zagen ze eruit? Waren het alleen maar meisjes of bestonden er ook mannelijke engelen? Welke leeftijd hadden ze? Kon je kiezen welke persoonlijke engel je had of moest je maar tevreden zijn met wie je kreeg? Kon je hen zien of moest je hen alleen maar inbeelden? Hadden engelen gevoelens en konden ze verliefd worden op aardwezens? Waren ze net zoals mensen met het enige verschil dat ze konden vliegen? Hadden ze magische krachten?
Een rilling kroop traag over z’n rugwervels toen hij Google opende en met trillende vingers het woord ‘Engelen’ ingaf. Alweer kreeg hij allerhande pagina’s te zien. Pagina’s die hij al lang had geraadpleegd of gebruikt om informatie uit te halen. Al moest hij wel toegeven dat sommige sites werkelijk één pot nat waren. De grootste onzin werd er op geluld. Het deed hem pijn om te lezen wat sommigen van die wezens vonden, hoe ze onrespectloos konden zeggen dat ze helemaal niet bestonden, dat het een mythe was. Bill wist wel beter. Hij geloofde er in, net zoals hij in Tom geloofde, of in z’n mam, of in Andreas. Hij beweerde bij hoog en laag dat Engelen daadwerkelijk rondzweefden op aarde, op zoek naar hun uitverkorene. Diegene die ze willen beschermen van alle kwaad.
Op de één of andere manier werd hij blij als hij kon lezen dat meer en meer mensen gingen geloven dat zoiets effectief bestond. Sommigen konden zelfs de aanwezigheid van hun engel voelen. Sommigen droomden er zelfs van, een droom die zo realistisch was zodat je zou geloven dat het gewoon recht voor je neus afspeelde. Sommigen konden zelfs hun engel tekenen en dan opzoeken op internet. Het is waar, weet je? Iedereen heeft een engel. Het is pas wanneer je er in gelooft dat je hem of haar ook daadwerkelijk te zien krijgt. Alleen was het Bill z’n vraag wanneer hij eindelijk in contact met haar zou komen. Ja, hij was er steevast zeker van dat zijn engel een meisje was. Zijn hart vertelde het, zijn lichaam verklapte het op de één of andere manier. Hoewel hij niet wist hoe ze eruit zou zien, hoe ze zou heten, hoe oud ze zou zijn, voelde hij gewoon dat zijn persoonlijke bewaker een meisje was.
Toen hij eventjes niet meer wist welke site aan te klikken, besloten z’n vingers om het vakje ‘afbeeldingen’ aan te klikken. Zijn ogen volgden elke beweging van het pijltje en werden groter bij het zien van alle plaatjes. Hoewel dit niet de eerste keer was dat hij afbeeldingen bekeek, verwonderde het hem dat er effectief zoveel foto’s of tekeningen waren van engelen. Zou het kunnen dat zijn engel er ook tussen stond zonder dat hij het wist? En waren deze afbeeldingen allemaal bewijzen van personen die hun engel effectief al hadden gezien?
Als vanzelf schoof het pijltje van de muis naar een afbeelding. Een vertederde glimlach werd op z’n gezicht getoverd bij het zien van een heel knap meisje. Ze was gehuld in een wit kleedje, zo puur had hij het nooit gezien. Haar bruine golvende haren waren vastgebonden met kralen en zwiepten vrolijk voor haar knappe gezicht. Haar ogen waren naar de grond gericht maar Bill kon duidelijk zien dat de kleur rond haar pupil diepgoud was. Volle lippen sierden een rustige glimlach waardoor de engel een heel warme uitstraling kreeg. Om haar onderarmen hingen witte linten die doorliepen naar haar handen. In haar schattige oren waren kleine diamanten steentjes geprikt en om haar hals hing een heel klein hangertje, een sterretje merkte Bill. Haar witte vleugels lagen rustig op haar rug en gaven haar nu nog een meer ontspannen indruk. Om haar blote voeten had ze open sandalen die werden dichtgesnoerd door witte linten die over haar volledige onderbeen liepen. Net zoals bij haar armen dus.
Bill kon z’n ogen niet van haar afwenden en werd opmerkelijk rood toen hij fantaseerde dat misschien zij z’n engel kon zijn. Ze was zo mooi, zo onschuldig en zo puur dat hij z’n hele leven aan haar zou schenken, alleen maar om één seconde haar schoonheid te mogen aanschouwen, om één keer haar naam te mogen fluisteren, om één keer haar vingers door de zijne te vlechten. Hij zou werkelijk alles doen om haar te mogen knuffelen en kussen. Hij zou alles opgeven om een leven met haar te hebben, alles…
Hij schrok wakker bij het geklop op z’n deur en meteen minimaliseerde hij de pagina. Net op tijd want meteen werd de deur geopend. Tom stond vragend in de deurpost en keek Bill verbaasd aan.
“Wat ben je aan het doen?” vroeg hij nogal direct waarop hij z’n armen voor z’n bovenlichaam sloeg. Z’n broer had op deze manier wel een machtige uitstraling, terwijl de vraagtekens uit z’n ogen te lezen waren.
“Niets, even werk voor school…” antwoordde Bill snel, misschien iets te snel want Tom kwam op hem afgelopen. Zijn ogen boorden diep in de ziel van Bill en even keek hij weg.
“Waarom doe je er dan zo geheimzinnig over, broertje?” vervolgde Tom terwijl hij heel dicht tegen Bill aanstond.
“Nou, omdat we een opstel moeten schrijven over ehm… iets wat je boeit?” probeerde hij maar z’n tweeling was hem te snel af. Z’n arm passeerde Bill z’n hoofd en graaide naar de computermuis. Zo snel mogelijk klikte Tom de paginasite aan en schrok even bij het zien van de afbeelding. Langzaam boog hij z’n gezicht terug naar Bill en fronste z’n wenkbrauwen.
“Alweer die engelen? Bill, wat is dit eigenlijk met jou? Hoelang zoek jij al niet op die sites? Wat is er in godsnaam zo interessant aan fantasiefiguren? Heb jij dan niets anders te doen dan dit? Iets leukers misschien?” spotte z’n broer. Het leek wel alsof hij z’n woorden in het gezicht van Bill wilde spugen. Het kwetste Bill en dat wist Tom ook. Verslagen liet de jongste z’n hoofd zakken en tuurde naar z’n afgetrapte schoenen. Hij wist het ook niet uit te leggen, het was gewoon sterker dan zichzelf. Het leek gewoon alsof hij geen enkele dag zonder kon, dat hij gewoon op het internet moest om haar te zien. Gewoon die ene afbeelding, haar, zijn favoriete engel…
“Bill, je snapt het niet… Engelen bestaan niet. Alsjeblieft, laat het rusten. Ohja, mam riep je om het avondeten… Alsjeblieft, laat het oké?” mompelde Tom wat voorzichtiger deze keer en liet Bill achter zich. Net toen hij aan de deurpost aankwam, draaide hij zich nog eens om.
“Je moet dit uit je hoofd krijgen broertje. Dit is niet gezond meer…” zei hij nog snel en liep toen de trap af. Bill bleef met tranen in z’n ogen zitten. Tom begreep het niet, net zoals al z’n vrienden. Maar hoe moest hij gaan uitleggen dat ze wel bestonden? Dat engelen echt een deel uitmaakten van deze wereld? Misschien als hij z’n engel zocht en vond, dat Tom hem dan zou geloven?
Hij knikte met z’n hoofd en sprong op. Met snelle passen liep hij richting keuken maar hij merkte de waarschuwende blikken niet van z’n broer. Het enige waar hij nu aan dacht, was het feit dat hij morgen z’n zoektocht begon. Hij moest en zou z’n engel vinden. Koste wat het kost…

---------
@ Patricia: ja, i know... Je hebt het al gelezen maar ik vind het toch wel leuk dat je nog eventjes reageert ^^
@ Jana: dankjewel liefje ^^ <3
@ ^^: dank je om de superlieve reactie!!
@ Selene: hee, ja sorry dat ik nauwelijks nog post... ik kan er echt de tijd niet voor opbrengen momenteel. Toch bedankt om dit verhaal te lezen!

 

Angels, intro

Angels

Inleiding

 

Van jongs af aan geloofde Bill in engelen. Waarom precies wist hij niet, hij wist zelfs niet eens hoe ze er exact uitzagen. Op de één of andere manier geloofde hij er steevast in dat de wonderlijke wezen ergens ronddoolden of zweefden. Ergens tussen hemel en aarde, ergens tussen de wolken waar ze verscholen waren voor alle ongelovige mensen. Hoewel hij nog nooit zijn engel had ontmoet of gezien, stelde hij zich een beeld voor. Een beeld van een meisje met zwarte haren, gehuld in een wit kleedje en met blinkende diamantjes door haar oren geprikt. Haar witte, zijdezachte vleugels zouden dan als vallende blaadjes op haar rug neerstrijken terwijl ze op een kalme, rustige manier op hem af kwam gelopen. Ja, Bill geloofde in engelen…

Proloog

“Mama? Bestaan engelen echt? Net zoals alle lieve feeën uit de sprookjes?” vroeg de kleine Bill met glunderende ogen aan z’n mam. Samen met z’n broertje en zijn beste vriendjes had de kleine rakker enkele uurtjes geleden stiekem een meisje horen vertellen. Op zich deden de sprookjes hem niets maar het woord ‘engelen’ deed hem toch even nadenken. Wat begreep men eigenlijk bij die term? Bestonden ze echt? Konden ze echt vliegen? Bewaakten ze echt hun uitverkorene? Zou hij ook een engel hebben die elke stap die hij zette in de gaten hield? Of was alles louter een fantasie, iets dat men had verzonnen en zo fictief had gemaakt dat je er niet eens meer in kon geloven?

“Weet je liefje? Ik denk het wel. Engelen beschermen ons tegen het kwade. Iedereen heeft er eentje, ofwel een mooi meisje of een knappe jongen. Alleen zien we ze nooit. Maar misschien, heel misschien, als je ooit eens geluk hebt, lieve schat, krijg je die engel te zien. Zolang je er maar in gelooft…” vertelde Simone rustig en geloofwaardig.

Hoewel de kleine Bill elk woord in zich opnam en zich voorhield elke nacht aan z’n engel te denken, vergat hij het steeds vaker. De jongen werd ouder, wijzer en zelfstandiger. Zijn onschuldige ogen werden veranderd door fonkelende sterren. Zijn lichaam groeide alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Hij beleefde de puberteit net als iedereen, zijn lichaam kreeg andere vormen, zijn gedachten verschoven een beetje van z’n originele. Hij leerde verliefde gevoelens kennen en de daarbij gepaarde ontgoochelingen. Steeds vaker probeerde hij een eigen stijl te creëren, eentje waarin hij zich echt goed voelde, ongeacht wat de anderen over hem te zeggen hadden. Hij vocht naar een eigen mening, een eigen stem die van zich liet horen. Bill groeide op als een sterk individu, gemaakt door keuzes, beslissingen en een eigen wil. Hij was niet meer de kleine jongen van vroeger met de onschuldige ideeën. Nee, Bill was anders, apart en excentriek. Slechts één enkele vraag galmde steeds weer door z’n hoofd en herinnerde zich aan zijn kindertijd: ‘Bestaan engelen echt?’